Het afscheid
Het is afscheidzo stilvoelbaarvan binnengaat het geruchtbeginnenzwervende stemmenniet in mijmaar buiten zinnenals zijnde verzwegentussen de regenvermeldboven de wolkenzijn er winden die kolkenmaar niet tussen onswant daar is geen luchtzelfs geen waterhet is er vasthet is er zekermaar niet in mijdaar is het gloedvolstilen verlangendwaar ik kan beginnenzonder beloftenbreedgeschouderdenkel van zinin brandende eenvoudnat van de regenhoog in de wolkenopgeluchtin de winddrink ik watervoelbaar, onzekerben ik stilwaar, is het afscheidben ik erbijkom, en neem afscheidvan mij
